Van vermijding naar verbinding - De Zielzoeker

Geef me de gemoedsrust te accepteren wat niet in mijn vermogen ligt,

de kracht om alles te doen wat in mijn vermogen ligt

en de wijsheid het één van het ander te onderscheiden.

(Epictetus)

 

Wordt boos om alles wat je niet kunt veranderen

Wordt bang voor de stappen die je kunt zetten

En geef jezelf de schuld van die gevoelens

(Frouke Rullmann)

 

Persoonlijk? Of universeel?

Zolang als ik me kan herinneren, leef ik in strijd met mezelf. Toen mijn ego zich aan het ontwikkelen was (ik was een jaar of twee) heeft die een soort eed afgelegd: ‘Gij zult onfeilbaar zijn.’ Hoezeer mijn ouders ook van mij hielden, waar opgevoed wordt, worden ‘voorwaardes’ gesteld. Dat kan heel subtiel gaan. Er is bij mij (onbewust) een overtuiging ontstaan dat ik moest veranderen om waardering veilig te stellen. En alleen ik was degene die daar iets in kon doen. Het deel in mijzelf wat ik niet mocht zijn of voelen, stootte ik af. Wat dat precies is, kan ik niet met woorden uitleggen, maar het zit in de hoek van de kwetsbaarheid. Ik ging mijn kwetsbaarheid vermijden. Om het populair uit te drukken: ik was niet helemaal mezelf. Om dat systeem overeind te houden en kwetsbaarheid uit de weg te gaan, heb ik mezelf regels opgelegd. Een soort wetboek. Even een citaat:

“ Ik mag geen fouten maken – ik mag niet dom overkomen – ik mag niet afhankelijk zijn – iedereen moet mij aardig vinden – iedereen moet het goed vinden wat ik doe – ik mag niet moe zijn – ik mag niet opvallen – ik mag niet middelmatig zijn – ik mag niet als eerste weg op een feestje – ik mag niet laat op bed – ik mag niet snoepen – ik mag niet te streng zijn voor mezelf – …”

Ik had er zo’n 25 jaar voor nodig om te ontdekken dat dit wetboek niet klopt. Dat het een onmogelijke opgave is. Het leven biedt de hele dag door keuzemogelijkheden en dan pakte ik mijn wetboek erbij. Maar met dit wetboek leefde ik een leven met voortdurend schuldgevoel.  Een soort zelfkastijding. En daarmee was het plan om de pijn, angst en stress te vermijden heimelijk mislukt. Met die ontdekking was en is mijn probleem echter niet opgelost. Ik haatte het wetboek (en daarmee mezelf), maar ben er tevens zo versmolten mee geraakt. Ik stond verbijsterd en intens verdrietig te kijken naar mijn constatering. Wat blijft er over als ik het loslaat? Wat is dan de bedoeling?

Doordat ik mezelf aan regels probeerde te houden, heb ik me nooit echt kunnen verbinden. Rafelrandjes zitten namelijk niet zo stevig vast. Maar de grap is dat ik, zo ontdekte ik, juist op zoek ben naar die verbinding. Als een hond die zijn eigen staart probeert te pakken en maar rondjes blijft rennen.

Jarenlang heb ik mezelf met mijn regels vastgezet. Ik meende echt dat ik er alleen voor stond, dat niemand mij begreep en dat ik alles zelf moest beslissen en oplossen. Een heel egocentrisch wereldbeeld. Het was de grootste kosmische clown die ik ooit heb gezien. Ik kon er alleen nooit om lachen. Nu steeds vaker wel. Dan heb ik helemaal geen wetboek meer nodig. Dan hoef ik mezelf niet meer te beschermen en kan ik me open stellen voor alles en iedereen of, als de situatie daar om vraagt, keihard ‘boe!’ roepen tegen de clown.

 

“Je moet goed vast zitten om goed los te kunnen komen”

(Martine Delfos)